Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

De (on)macht van taal

Michael H. McGarry, voorzitter en CEO van PPG, heeft een open brief gestuurd naar alle stakeholders van AkzoNobel waarin hij er nog eens op aandringt dat beide bedrijven met elkaar om de tafel  gaan zitten. De brief is een schoolvoorbeeld van hoe taal cultuurverschillen kan blootleggen. Eigenlijk bevat de in het Nederlands vertaalde brief maar één boodschap: Wij zijn de beste. It’s true.   In zijn kantoor in One PPG Place in Pittsburgh is McGarry er eens goed voor gaan zitten. Dat heeft geleid tot een brief met een opeenstapeling van volzinnen die in het oorspronkelijke Amerikaans Engels waarschijnlijk overtuigend en authentiek overkomen. Dat past nu eenmaal in de cultuur van een land waar je hard en duidelijk moet spreken om gehoor te krijgen. Vertaald in het Nederlands zijn het echter lege volzinnen die eerder onmacht uitstralen dan dat ze de lezer met krachtige argumenten overtuigen.      De brief ademt de sfeer van een CEO die opgaat in zijn eigen verhaal en geen empathie toont voor de argumenten van AkzoNobel of voor de gevoelens zoals die in Nederland leven. Nu was van meet af aan wel duidelijk dat empathie niet het sterkste punt van de CEO van PPG is. Bij zijn bezoek aan Nederland om te praten met de Nederlandse pers eind maart zei McGarry twee dingen die veelzeggend waren.   Ten eerste zei hij verbijsterd te zijn dat “AkzoNobel een bod binnen één dag kan afwijzen dat zo nauwgezet is opgesteld en zo dwingend is”. Daarnaast antwoordde hij op de vraag of hij bezig was met een charmeoffensief: “Niet zo zeer een charmeoffensief als wel een feitenoffensief. We willen dat iedereen alle feiten heeft en mensen begrijpen waar PPG voor staat.”   De brief van 18 april past precies in die toonzetting met een zin als: ‘’Bij PPG hebben we een lange, vaststaande geschiedenis van het consistent uitvoeren van strategische maatregelen om ons bedrijf te laten groeien en waarde te creëren – met andere woorden: het versterken van ons bedrijf ten gunste van alle belanghebbenden.’’   En ook een van de laatste zinnen gaat vooral over PPG zelf: “Bij PPG evalueren we alle opties voordat we strategische beslissingen nemen, en dat beschouwen we als een goede bestuursnorm. Ik zou zeggen dat het nu tijd wordt voor het Bestuur en de Raad van Commissarissen van AkzoNobel om met PPG te gaan praten en eindelijk eens een volledige evaluatie en overweging te maken van de aantrekkelijke kans voor het combineren van PPG en AkzoNobel in het belang van alle belanghebbenden.”   Het gekke is dat veel beleggers best iets zien in de combinatie van PPG en AkzoNobel, en ook van mening zijn dat het bestuur van AkzoNobel met PPG om de tafel zou moeten gaan zitten. De brief van McGarry zou wel eens een averechts effect kunnen hebben. Want wie nu al zo weinig gevoel toont voor de cultuur van het overnemende bedrijf, zal er na de overname waarschijnlijk ook weinig subtiel mee omgaan.   McGarry zou er verstandig aan doen eens te kijken hoe het Lakshmi Mittal, CEO van Mittal, in 2006 lukte de enorme weerstand bij vakbonden, politici, burgers en beleggers tegen de ongevraagde overname van Arcelor weg te nemen. Hij zou ook eens contact kunnen opnemen met Ron Sargent, de voormalige CEO van Staples, die de belanghebbenden van Corporate Express wist te overtuigen van de kracht van zijn argumenten in de overnamestrijd met Lyreco.   Mittal en Sargent zijn krachtige persoonlijkheden die begrepen dat charme geen teken van zwakte is maar van intelligentie in een proces waarin weerstanden moeten worden overwonnen. Taal spreekt daarin een niet te onderschatten rol.   

Lees meer...

De (on)macht van taal

Michael H. McGarry, voorzitter en CEO van PPG, heeft een open brief gestuurd naar alle stakeholders van AkzoNobel waarin hij er nog eens op aandringt dat beide bedrijven met elkaar om de tafel  gaan zitten. De brief is een schoolvoorbeeld van hoe taal cultuurverschillen kan blootleggen. Eigenlijk bevat de in het Nederlands vertaalde brief maar één boodschap: Wij zijn de beste. It’s true.   In zijn kantoor in One PPG Place in Pittsburgh is McGarry er eens goed voor gaan zitten. Dat heeft geleid tot een brief met een opeenstapeling van volzinnen die in het oorspronkelijke Amerikaans Engels waarschijnlijk overtuigend en authentiek overkomen. Dat past nu eenmaal in de cultuur van een land waar je hard en duidelijk moet spreken om gehoor te krijgen. Vertaald in het Nederlands zijn het echter lege volzinnen die eerder onmacht uitstralen dan dat ze de lezer met krachtige argumenten overtuigen.      De brief ademt de sfeer van een CEO die opgaat in zijn eigen verhaal en geen empathie toont voor de argumenten van AkzoNobel of voor de gevoelens zoals die in Nederland leven. Nu was van meet af aan wel duidelijk dat empathie niet het sterkste punt van de CEO van PPG is. Bij zijn bezoek aan Nederland om te praten met de Nederlandse pers eind maart zei McGarry twee dingen die veelzeggend waren.   Ten eerste zei hij verbijsterd te zijn dat “AkzoNobel een bod binnen één dag kan afwijzen dat zo nauwgezet is opgesteld en zo dwingend is”. Daarnaast antwoordde hij op de vraag of hij bezig was met een charmeoffensief: “Niet zo zeer een charmeoffensief als wel een feitenoffensief. We willen dat iedereen alle feiten heeft en mensen begrijpen waar PPG voor staat.”   De brief van 18 april past precies in die toonzetting met een zin als: ‘’Bij PPG hebben we een lange, vaststaande geschiedenis van het consistent uitvoeren van strategische maatregelen om ons bedrijf te laten groeien en waarde te creëren – met andere woorden: het versterken van ons bedrijf ten gunste van alle belanghebbenden.’’   En ook een van de laatste zinnen gaat vooral over PPG zelf: “Bij PPG evalueren we alle opties voordat we strategische beslissingen nemen, en dat beschouwen we als een goede bestuursnorm. Ik zou zeggen dat het nu tijd wordt voor het Bestuur en de Raad van Commissarissen van AkzoNobel om met PPG te gaan praten en eindelijk eens een volledige evaluatie en overweging te maken van de aantrekkelijke kans voor het combineren van PPG en AkzoNobel in het belang van alle belanghebbenden.”   Het gekke is dat veel beleggers best iets zien in de combinatie van PPG en AkzoNobel, en ook van mening zijn dat het bestuur van AkzoNobel met PPG om de tafel zou moeten gaan zitten. De brief van McGarry zou wel eens een averechts effect kunnen hebben. Want wie nu al zo weinig gevoel toont voor de cultuur van het overnemende bedrijf, zal er na de overname waarschijnlijk ook weinig subtiel mee omgaan.   McGarry zou er verstandig aan doen eens te kijken hoe het Lakshmi Mittal, CEO van Mittal, in 2006 lukte de enorme weerstand bij vakbonden, politici, burgers en beleggers tegen de ongevraagde overname van Arcelor weg te nemen. Hij zou ook eens contact kunnen opnemen met Ron Sargent, de voormalige CEO van Staples, die de belanghebbenden van Corporate Express wist te overtuigen van de kracht van zijn argumenten in de overnamestrijd met Lyreco.   Mittal en Sargent zijn krachtige persoonlijkheden die begrepen dat charme geen teken van zwakte is maar van intelligentie in een proces waarin weerstanden moeten worden overwonnen. Taal spreekt daarin een niet te onderschatten rol.   

Lees meer...

Wat we doen

 

 

Paniekvoetbal

Nederlandse beursgenoteerde bedrijven moeten zich beter wapenen tegen ‘vijandige’ buitenlandse overnames, stelde minister van Financien Jeroen Dijsselbloem in het staartje van de verkiezingscampagne. Want buitenlandse overnames - ofwel ‘de uitverkoop van Nederland’ - vormen een bedreiging voor het Nederlandse bedrijfsleven en de economie, is de gedachte.   Maar buitenlandse overnamepogingen buiten de deur houden is in deze tijd best lastig. Met de huidige euro/dollarverhouding, lage rente en goedgevulde bedrijfskassen, zijn Nederlandse bedrijven met name voor Amerikaanse bedrijven een aantrekkelijke prooi. Het Amerikaanse PPG, dat AkzoNobel in het vizier heeft, en Kraft Heinz, dat op Unilever aasde, hebben er in ieder geval wel trek in.   Zodra Nederlandse – beursgenoteerde – bedrijven worden benaderd met een bod, gaan de hakken in het zand. Dat hoort ook een beetje bij het overnamespel.  Eerst wordt een bod geweigerd, ‘wegens significante, substantiële of aanzienlijke onderwaardering’, en vervolgens wordt het onderhandelingsproces onder enig gemor toch gestart.     Zo ging het althans. Want sinds de pogingen van de Mexicaanse miljardair Carlos Slim om KPN te kopen is alles anders. Opeens zijn assets van Nederlandse bedrijven van vitaal belang voor Nederland en de Nederlandse economie, zijn bedrijven nationaal erfgoed en bemoeit de politiek zich nadrukkelijk met het spel. PostNL is daarvan een mooi voorbeeld.   Bedrijven halen alle wapens uit de kast om een overname te voorkomen. Nieuw in het arsenaal zijn de argumenten van duurzaamheid en innovatie waar zowel Unilever als AkzoNobel zich op laten voorstaan. Een overname zou de duurzame koers die de bedrijven varen, en de inspanningen op het gebied van innovatie, wegvagen.   En eveneens verrassend is – in het geval van AkzoNobel – een gezamenlijk statement van verschillende provincies (Gelderland, Overijssel, Groningen en Zuid-Holland) waarin ze hun bezorgdheid uiten over de overnamepoging door de Amerikaanse concurrent. Waarom, dat wordt niet echt duidelijk. En welke zeggenschap provincies hierin hebben evenmin.   Protectionisme als belangrijkste argument om een overname tegen te houden, de vraag is hoe zuiver dat is. Saillant detail is dat AkzoNobel zelf het oer-Britse bedrijf Imperial Chemical Industries (ICI) kocht en Unilever ook groot is geworden door overnames. Eten of gegeten worden, dat blijft toch het model.   Om de belagers van zich af te schudden neemt AkzoNobel – zoals Unilever ook deed - nu opeens de vlucht naar voren om aandeelhouderswaarde te creëren. Een nieuwe strategie wordt aangekondigd, waarbij onderdelen in de verkoop zullen worden gezet. Unilever wil afscheid nemen van  een aantal voedingsmerken (waaronder Zeeuws Meisje) en AkzoNobel kijkt naar een mogelijke verkoop van de Specialty Chemicals-tak, zodat er middelen beschikbaar komen om zelf op overnamepad te gaan en de conglomeraat-discount teniet wordt gedaan.   In het geval van AkzoNobel, dat woensdag een tweede overnamebod van PPG resoluut van de hand wees, wordt het nog een hele uitdaging om aandeelhouders ervan te overtuigen dat het varen van die eigen koers nu opeens de meeste aandeelhouderswaarde op gaat leveren. En de vraag is of het argument van banenbehoud stand houdt als het bedrijf zelf van plan is activiteiten af te stoten en het overnamepad te betreden.   De aandeelhouders van AkzoNobel dringen er in toenemende mate op aan om op z’n minst toch eens met PPG om tafel te gaan zitten. Zij  hebben geen boodschap aan idealistische, protectionistische en politieke argumenten. Zij willen gewoon waar voor hun geld.      

Lees meer...

Paniekvoetbal

Nederlandse beursgenoteerde bedrijven moeten zich beter wapenen tegen ‘vijandige’ buitenlandse overnames, stelde minister van Financien Jeroen Dijsselbloem in het staartje van de verkiezingscampagne. Want buitenlandse overnames - ofwel ‘de uitverkoop van Nederland’ - vormen een bedreiging voor het Nederlandse bedrijfsleven en de economie, is de gedachte.   Maar buitenlandse overnamepogingen buiten de deur houden is in deze tijd best lastig. Met de huidige euro/dollarverhouding, lage rente en goedgevulde bedrijfskassen, zijn Nederlandse bedrijven met name voor Amerikaanse bedrijven een aantrekkelijke prooi. Het Amerikaanse PPG, dat AkzoNobel in het vizier heeft, en Kraft Heinz, dat op Unilever aasde, hebben er in ieder geval wel trek in.   Zodra Nederlandse – beursgenoteerde – bedrijven worden benaderd met een bod, gaan de hakken in het zand. Dat hoort ook een beetje bij het overnamespel.  Eerst wordt een bod geweigerd, ‘wegens significante, substantiële of aanzienlijke onderwaardering’, en vervolgens wordt het onderhandelingsproces onder enig gemor toch gestart.     Zo ging het althans. Want sinds de pogingen van de Mexicaanse miljardair Carlos Slim om KPN te kopen is alles anders. Opeens zijn assets van Nederlandse bedrijven van vitaal belang voor Nederland en de Nederlandse economie, zijn bedrijven nationaal erfgoed en bemoeit de politiek zich nadrukkelijk met het spel. PostNL is daarvan een mooi voorbeeld.   Bedrijven halen alle wapens uit de kast om een overname te voorkomen. Nieuw in het arsenaal zijn de argumenten van duurzaamheid en innovatie waar zowel Unilever als AkzoNobel zich op laten voorstaan. Een overname zou de duurzame koers die de bedrijven varen, en de inspanningen op het gebied van innovatie, wegvagen.   En eveneens verrassend is – in het geval van AkzoNobel – een gezamenlijk statement van verschillende provincies (Gelderland, Overijssel, Groningen en Zuid-Holland) waarin ze hun bezorgdheid uiten over de overnamepoging door de Amerikaanse concurrent. Waarom, dat wordt niet echt duidelijk. En welke zeggenschap provincies hierin hebben evenmin.   Protectionisme als belangrijkste argument om een overname tegen te houden, de vraag is hoe zuiver dat is. Saillant detail is dat AkzoNobel zelf het oer-Britse bedrijf Imperial Chemical Industries (ICI) kocht en Unilever ook groot is geworden door overnames. Eten of gegeten worden, dat blijft toch het model.   Om de belagers van zich af te schudden neemt AkzoNobel – zoals Unilever ook deed - nu opeens de vlucht naar voren om aandeelhouderswaarde te creëren. Een nieuwe strategie wordt aangekondigd, waarbij onderdelen in de verkoop zullen worden gezet. Unilever wil afscheid nemen van  een aantal voedingsmerken (waaronder Zeeuws Meisje) en AkzoNobel kijkt naar een mogelijke verkoop van de Specialty Chemicals-tak, zodat er middelen beschikbaar komen om zelf op overnamepad te gaan en de conglomeraat-discount teniet wordt gedaan.   In het geval van AkzoNobel, dat woensdag een tweede overnamebod van PPG resoluut van de hand wees, wordt het nog een hele uitdaging om aandeelhouders ervan te overtuigen dat het varen van die eigen koers nu opeens de meeste aandeelhouderswaarde op gaat leveren. En de vraag is of het argument van banenbehoud stand houdt als het bedrijf zelf van plan is activiteiten af te stoten en het overnamepad te betreden.   De aandeelhouders van AkzoNobel dringen er in toenemende mate op aan om op z’n minst toch eens met PPG om tafel te gaan zitten. Zij  hebben geen boodschap aan idealistische, protectionistische en politieke argumenten. Zij willen gewoon waar voor hun geld.      

Lees meer...

AMO Partnership

We delen onze expertise met onze partners binnen AMO, een internationaal netwerk van bureaus met leidende posities in hun thuismarkten.

Mark Rutte wint de slag, maar nog niet de strijd

De verkiezingen voor de Tweede Kamer van het Nederlandse parlement hebben niet de gevreesde grote overwinning voor de populistische PVV opgeleverd. De liberale VVD van premier Mark Rutte is de grootste partij gebleven. De sociaaldemocratische coalitiepartner PvdA was de grote verliezer. Nederland is momenteel verdeelder dan ooit en de vorming van een nieuw meerderheidskabinet zal een lastig en langdurig proces worden.   Wat Europa vreesde na de Brexit en de overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten is in Nederland niet gebeurd. Het doorgaans nuchtere Nederlandse volk heeft zich niet laten meeslepen in de golf van populisme. Lang leek het er op dat de PVV van Geert Wilders met zijn anti-Europa-, anti-Islam- en anti-immigratiestandpunten de grootste partij van het land zou worden. De PVV steeg met 5 zetels naar 20 zetels en werd daarmee de tweede partij van Nederland. Voor Geert Wilders, oprichter, enig lid en leider van de PVV, was dit een teleurstellend resultaat.   De VVD verloor 8 zetels, maar bleef met 33 van de in totaal 150 zetels in de Tweede Kamer nog duidelijk de grootste partij van het land. De VVD zal daardoor niet alleen opnieuw de premier mogen leveren, maar zal ook het voortouw nemen in de vorming van een nieuwe coalitie. De huidige coalitiepartner PvdA zal na een ontluisterende daling van 38 naar 9 zetels geen onderdeel van uitmaken.   Nederland is van oudsher een land van veel partijen. Sinds de invoering van het systeem van evenredige vertegenwoordiging in 1918 als vervanger van het in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten gehanteerde districtenstelsel, heeft geen partij in Nederland ooit de absolute meerderheid gehad in het parlement. Er is dus altijd sprake van coalitieregeringen.   Lang werden die coalities gevormd door de sociaal-democratische (PvdA) en confessionele (CDA) machtsblokken, de partijen van de politieke midden, die vaak met z’n tweeën een meerderheid in de Tweede Kamer vormden. Het was de tijd van verzuiling van de Nederlandse samenleving, waarin politiek, vakbonden, scholen, media en verenigingsleven verdeeld waren over de dominante christelijke en politieke stromingen. Die tijd is voorbij. Het Nederlandse politieke landschap is versnipperd als nooit tevoren, met 13 partijen in de Tweede Kamer, waarvan 5 partijen met tussen de 14 en 20 zetels.   Het Nederlandse volk is op drift. Nog nooit eerder gaf 70% van de bevolking kort voor de verkiezingen aan nog geen keuze te hebben gemaakt. De traditionele thema’s van de gevestigde partijen (onderwijs, veiligheid, solidariteit) speelden nauwelijks een rol in de campagnes. Twee van de 28 deelnemende partijen kregen in de media onevenredig veel aandacht: de PVV van Geert Wilders, de partij voor de Nederlandse witte boze man. En DENK, met 3 zetels de nieuwe spreekbuis van de boze Nederlanders met een migrantenachtergrond.   Beide bevolkingsgroepen voelen zich tekortgedaan door de traditionele politieke stromingen. De boze witte man voelt zich slachtoffer van de financiële en economische crisis, de mondialisering waardoor banen verdwijnen, de bezuinigingen in onder meer de zorg, de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de groeiende concurrentie van arbeidskrachten uit Centraal-Europa.   De Nederlanders met een migrantenachtergrond worstelen met de effecten van segregatie van de samenleving, achterstand op de arbeidsmarkt, verscherpte politieke tegenstellingen door de politieke ontwikkelingen in Turkije en Syrië en de komst van vluchtelingen uit het Midden-Oosten die voorrang krijgen bij hulp.                 Nederland is op zoek naar een nieuw evenwicht, waarbij nieuwe partijen de plek innemen van de traditionele machtsblokken in het centrum. Dit verscherpt het debat en vergroot de tegenstellingen.  Onderwerpen als rassendiscriminatie, de historische gevolgen van de slavernij en verschillen in normen en waarden spelen op. De tolerantie tegenover andersdenkenden neemt af. Het is de goedlachse pragmaticus Mark Rutte die in deze tijd als een van de weinige politici in staat lijkt de verschillen te kunnen overbruggen.   Rutte heeft een groot incasseringsvermogen, is behendig in het politieke handwerk en heeft het imago dat problemen van hem afglijden. Hij is ongrijpbaar voor zijn politieke tegenstanders, mede doordat hij er in tijden van spanning of ingrijpende gebeurtenissen ook staat. Hij wist 50 miljard euro aan bezuinigingen door het parlement te loodsen, verenigde het volk na de aanslag op vlucht MH17 en weerstond onlangs de Turkse politieke druk.   Terwijl coalitiepartner PvdA hard werd gestraft voor vier jaar bezuinigingsbeleid, wist Rutte het verlies te beperken. Dit mede met dank aan de Turkse president Erdogan. Die wist het Nederlandse volk op een cruciaal moment in de verkiezingen achter Rutte te verenigen, door gedrag dat in Nederland alom als een botte provocatie werd ervaren.   Rutte heeft de slag dus gewonnen, maar de strijd is nog niet voorbij. Om een meerderheidskabinet te kunnen vormen is een coalitie met ten minste vier partijen nodig. Een centrumkabinet van VVD, CDA en D66, aangevuld met een vierde partner ligt het meest voor de hand. Het linkse blok is te verdeeld om een hechte coalitie te kunnen vormen.   De vraag is wie als vierde partij gaat aanschuiven. De PvdA heeft al aangeven dat niet te willen. GroenLinks van de politieke wonderboy Jesse (‘De Jessias’) Klaver lijkt een optie voor het behalen van een meerderheid in de Tweede Kamer. De politieke verschillen zijn echter groot, wat van Rutte veel veerkracht zal vergen en concessies in de vorming van een kabinet.   Wat wel duidelijk is geworden in de verkiezingen is dat Nederland lijkt te hebben gekozen voor Europa, voor samenwerking en voor een positieve benadering van de uitdagingen die er zijn op het gebied van integratie, zorg, milieu en solidariteit. Voor nu krijgt de pragmaticus Rutte, van de van oudsher weinig dogmatische VDD, het voordeel van de twijfel.   Nederland is in beweging en de grote vraag is welke politieke stroming de dominante factor van de toekomst zal worden. Voor nu lijkt de nuchtere Nederlandse handelsgeest het te winnen van de dogmatische hardliners. Ook omdat we weten dat openheid en internationale samenwerking ons land meer zullen brengen dan geslotenheid en isolationisme. Daarvoor zijn we simpelweg te klein. 

Lees meer...

Mark Rutte wint de slag, maar nog niet de strijd

De verkiezingen voor de Tweede Kamer van het Nederlandse parlement hebben niet de gevreesde grote overwinning voor de populistische PVV opgeleverd. De liberale VVD van premier Mark Rutte is de grootste partij gebleven. De sociaaldemocratische coalitiepartner PvdA was de grote verliezer. Nederland is momenteel verdeelder dan ooit en de vorming van een nieuw meerderheidskabinet zal een lastig en langdurig proces worden.   Wat Europa vreesde na de Brexit en de overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten is in Nederland niet gebeurd. Het doorgaans nuchtere Nederlandse volk heeft zich niet laten meeslepen in de golf van populisme. Lang leek het er op dat de PVV van Geert Wilders met zijn anti-Europa-, anti-Islam- en anti-immigratiestandpunten de grootste partij van het land zou worden. De PVV steeg met 5 zetels naar 20 zetels en werd daarmee de tweede partij van Nederland. Voor Geert Wilders, oprichter, enig lid en leider van de PVV, was dit een teleurstellend resultaat.   De VVD verloor 8 zetels, maar bleef met 33 van de in totaal 150 zetels in de Tweede Kamer nog duidelijk de grootste partij van het land. De VVD zal daardoor niet alleen opnieuw de premier mogen leveren, maar zal ook het voortouw nemen in de vorming van een nieuwe coalitie. De huidige coalitiepartner PvdA zal na een ontluisterende daling van 38 naar 9 zetels geen onderdeel van uitmaken.   Nederland is van oudsher een land van veel partijen. Sinds de invoering van het systeem van evenredige vertegenwoordiging in 1918 als vervanger van het in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten gehanteerde districtenstelsel, heeft geen partij in Nederland ooit de absolute meerderheid gehad in het parlement. Er is dus altijd sprake van coalitieregeringen.   Lang werden die coalities gevormd door de sociaal-democratische (PvdA) en confessionele (CDA) machtsblokken, de partijen van de politieke midden, die vaak met z’n tweeën een meerderheid in de Tweede Kamer vormden. Het was de tijd van verzuiling van de Nederlandse samenleving, waarin politiek, vakbonden, scholen, media en verenigingsleven verdeeld waren over de dominante christelijke en politieke stromingen. Die tijd is voorbij. Het Nederlandse politieke landschap is versnipperd als nooit tevoren, met 13 partijen in de Tweede Kamer, waarvan 5 partijen met tussen de 14 en 20 zetels.   Het Nederlandse volk is op drift. Nog nooit eerder gaf 70% van de bevolking kort voor de verkiezingen aan nog geen keuze te hebben gemaakt. De traditionele thema’s van de gevestigde partijen (onderwijs, veiligheid, solidariteit) speelden nauwelijks een rol in de campagnes. Twee van de 28 deelnemende partijen kregen in de media onevenredig veel aandacht: de PVV van Geert Wilders, de partij voor de Nederlandse witte boze man. En DENK, met 3 zetels de nieuwe spreekbuis van de boze Nederlanders met een migrantenachtergrond.   Beide bevolkingsgroepen voelen zich tekortgedaan door de traditionele politieke stromingen. De boze witte man voelt zich slachtoffer van de financiële en economische crisis, de mondialisering waardoor banen verdwijnen, de bezuinigingen in onder meer de zorg, de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de groeiende concurrentie van arbeidskrachten uit Centraal-Europa.   De Nederlanders met een migrantenachtergrond worstelen met de effecten van segregatie van de samenleving, achterstand op de arbeidsmarkt, verscherpte politieke tegenstellingen door de politieke ontwikkelingen in Turkije en Syrië en de komst van vluchtelingen uit het Midden-Oosten die voorrang krijgen bij hulp.                 Nederland is op zoek naar een nieuw evenwicht, waarbij nieuwe partijen de plek innemen van de traditionele machtsblokken in het centrum. Dit verscherpt het debat en vergroot de tegenstellingen.  Onderwerpen als rassendiscriminatie, de historische gevolgen van de slavernij en verschillen in normen en waarden spelen op. De tolerantie tegenover andersdenkenden neemt af. Het is de goedlachse pragmaticus Mark Rutte die in deze tijd als een van de weinige politici in staat lijkt de verschillen te kunnen overbruggen.   Rutte heeft een groot incasseringsvermogen, is behendig in het politieke handwerk en heeft het imago dat problemen van hem afglijden. Hij is ongrijpbaar voor zijn politieke tegenstanders, mede doordat hij er in tijden van spanning of ingrijpende gebeurtenissen ook staat. Hij wist 50 miljard euro aan bezuinigingen door het parlement te loodsen, verenigde het volk na de aanslag op vlucht MH17 en weerstond onlangs de Turkse politieke druk.   Terwijl coalitiepartner PvdA hard werd gestraft voor vier jaar bezuinigingsbeleid, wist Rutte het verlies te beperken. Dit mede met dank aan de Turkse president Erdogan. Die wist het Nederlandse volk op een cruciaal moment in de verkiezingen achter Rutte te verenigen, door gedrag dat in Nederland alom als een botte provocatie werd ervaren.   Rutte heeft de slag dus gewonnen, maar de strijd is nog niet voorbij. Om een meerderheidskabinet te kunnen vormen is een coalitie met ten minste vier partijen nodig. Een centrumkabinet van VVD, CDA en D66, aangevuld met een vierde partner ligt het meest voor de hand. Het linkse blok is te verdeeld om een hechte coalitie te kunnen vormen.   De vraag is wie als vierde partij gaat aanschuiven. De PvdA heeft al aangeven dat niet te willen. GroenLinks van de politieke wonderboy Jesse (‘De Jessias’) Klaver lijkt een optie voor het behalen van een meerderheid in de Tweede Kamer. De politieke verschillen zijn echter groot, wat van Rutte veel veerkracht zal vergen en concessies in de vorming van een kabinet.   Wat wel duidelijk is geworden in de verkiezingen is dat Nederland lijkt te hebben gekozen voor Europa, voor samenwerking en voor een positieve benadering van de uitdagingen die er zijn op het gebied van integratie, zorg, milieu en solidariteit. Voor nu krijgt de pragmaticus Rutte, van de van oudsher weinig dogmatische VDD, het voordeel van de twijfel.   Nederland is in beweging en de grote vraag is welke politieke stroming de dominante factor van de toekomst zal worden. Voor nu lijkt de nuchtere Nederlandse handelsgeest het te winnen van de dogmatische hardliners. Ook omdat we weten dat openheid en internationale samenwerking ons land meer zullen brengen dan geslotenheid en isolationisme. Daarvoor zijn we simpelweg te klein. 

Lees meer...