Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

23-2-2018
IK Investment Partners has closed the IK Small Cap II Fund at its hard cap of EUR 550 million. This new fund will target promising and successful businesses with international growth plans.   IK Investment Partners, with its roots in Scandinavia, has opened a new office in Amsterdam last year, next to its existing offices in London, Stockholm, Paris and Hamburg. With the new fund IK Investment Partners is looking for investment opportunities for the first time in the Benelux, beside the other core markets DACH, France and the Nordics.   The IK Small Cap II Fund targets companies that want to grow from a regional into an international player, making use of the strong network of IK Investment Partners.Besides taking a majority stake IK Investment Partners is considering taking minority interests. In addition to the Benelux, the focus of the new fund is on France, German-speaking Europe and the Nordics.   Traditionally IK Investment Partners invests in companies in the consumer food industry, industrial manufacturing, services, and care companies.  
23-2-2018
IK Investment Partners heeft € 550 miljoen opgehaald voor het IK Small Cap II Fund. Dit fonds gaat investeren in veelbelovende en succesvolle ondernemingen  met internationale ambities.   Het van oorsprong Scandinavische IK Investment Partners heeft vorig jaar een kantoor geopend in Amsterdam, naast de al bestaande kantoren in Londen, Stockholm, Parijs en Hamburg. Met het nieuwe fonds zoekt de investeringsmaatschappij voor het eerst ook naar investeringsmogelijkheden in kleinere ondernemingen in de Benelux.   Het IK Small Cap II Fund wil investeren in bedrijven die willen uitgroeien van regionale naar internationale speler, waarbij ze gebruik kunnen maken van het sterke netwerk van de investeringsmaatschappij. Het nemen van minderheidsbelangen behoort tot de mogelijkheden. Naast de Benelux ligt de focus van het nieuwe fonds op Frankrijk, Duitstalig Europa en de Nordics.   Traditioneel investeert IK Investment Partners in bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie, industriële maakbedrijven, dienstverlenende bedrijven en bedrijven in de zorgsector.
23-3-2017
Dutch Finance Minister Jeroen Dijsselbloem said at the tail end of the Dutch election campaign that Dutch listed companies should guard themselves better against ‘hostile’ foreign takeovers. The idea being that foreign acquisitions – or ‘the sell-off of the Netherlands’ – pose a threat to the Dutch business community and the economy.   But keeping foreign takeover attempts at bay is easier said than done these days. This is because Dutch companies are attractive prey for mainly US companies owing to the current euro/dollar exchange rate, low interest rates and well-filled coffers. US-based PPG, which has set its sights on AkzoNobel, and Kraft Heinz, which tried to take over Unilever, are clearly on the acquisition prowl.   As soon as Dutch – listed – companies are approached with a bid, they dig in their heels. It’s actually a pretty standard element of the acquisition game. First a bid is refused ‘due to significant, substantial or considerable undervaluation’. But then the negotiation process starts anyway, albeit with some disgruntlement.   At least that’s the way it used to go. Because everything has changed since Mexican billionaire Carlos Slim’s attempt to purchase KPN. The assets of Dutch companies are suddenly of vital interest to the Netherlands and the Dutch economy, companies are a part of the Dutch national heritage and Dutch politicians expressly get involved in the game. PostNL is a perfect example of this.   Companies use every weapon they’ve got to prevent a takeover. The sustainability and innovation that are the pride of both Unilever and AkzoNobel form the new weapons in the arsenal. A takeover would put an end to the sustainable course these companies are taking and negate their efforts in the field of innovation.   Equally surprising – in the case of AkzoNobel – is the joint statement from several Dutch provinces (Gelderland, Overijssel, Groningen and South Holland) in which they express their concerns about the takeover attempt by the company’s American rival. They do not, however, clearly state their reasons for concern. Nor do the provinces explain what say they have in this matter.   Protectionism as the key argument for stopping an acquisition is questionable. A salient detail is that AkzoNobel itself purchased the quintessentially British company Imperial Chemical Industries (ICI) and Unilever has also become a big player through acquisitions. Eat or be eaten – that’s still the model.   In order to run off its rivals, AkzoNobel has followed in the footsteps of Unilever and is suddenly charging forward to create shareholder value. They’ve announced a new strategy that includes putting some units up for sale. Unilever wants to part with a number of food brands (including margarine brand Zeeuws Meisje) and AkzoNobel is considering a potential sale of the Specialty Chemicals business in order to free up funds so it can embark on the acquisition trail and eliminate the conglomerate discount.   In the case of AkzoNobel, which resolutely rejected a second bid from PPG on Wednesday, it will be a daunting challenge to convince shareholders that following its own course will suddenly start creating the most shareholder value. And it remains to be seen whether the argument of keeping jobs will hold water when the company is itself planning to sell off activities and start making acquisitions.   AkzoNobel shareholders are increasingly urging the company to at least talk with PPG. They could care less about idealistic, protectionist and political arguments. All they want is value for their money.
22-3-2017
Nederlandse beursgenoteerde bedrijven moeten zich beter wapenen tegen ‘vijandige’ buitenlandse overnames, stelde minister van Financien Jeroen Dijsselbloem in het staartje van de verkiezingscampagne. Want buitenlandse overnames - ofwel ‘de uitverkoop van Nederland’ - vormen een bedreiging voor het Nederlandse bedrijfsleven en de economie, is de gedachte.   Maar buitenlandse overnamepogingen buiten de deur houden is in deze tijd best lastig. Met de huidige euro/dollarverhouding, lage rente en goedgevulde bedrijfskassen, zijn Nederlandse bedrijven met name voor Amerikaanse bedrijven een aantrekkelijke prooi. Het Amerikaanse PPG, dat AkzoNobel in het vizier heeft, en Kraft Heinz, dat op Unilever aasde, hebben er in ieder geval wel trek in.   Zodra Nederlandse – beursgenoteerde – bedrijven worden benaderd met een bod, gaan de hakken in het zand. Dat hoort ook een beetje bij het overnamespel.  Eerst wordt een bod geweigerd, ‘wegens significante, substantiële of aanzienlijke onderwaardering’, en vervolgens wordt het onderhandelingsproces onder enig gemor toch gestart.     Zo ging het althans. Want sinds de pogingen van de Mexicaanse miljardair Carlos Slim om KPN te kopen is alles anders. Opeens zijn assets van Nederlandse bedrijven van vitaal belang voor Nederland en de Nederlandse economie, zijn bedrijven nationaal erfgoed en bemoeit de politiek zich nadrukkelijk met het spel. PostNL is daarvan een mooi voorbeeld.   Bedrijven halen alle wapens uit de kast om een overname te voorkomen. Nieuw in het arsenaal zijn de argumenten van duurzaamheid en innovatie waar zowel Unilever als AkzoNobel zich op laten voorstaan. Een overname zou de duurzame koers die de bedrijven varen, en de inspanningen op het gebied van innovatie, wegvagen.   En eveneens verrassend is – in het geval van AkzoNobel – een gezamenlijk statement van verschillende provincies (Gelderland, Overijssel, Groningen en Zuid-Holland) waarin ze hun bezorgdheid uiten over de overnamepoging door de Amerikaanse concurrent. Waarom, dat wordt niet echt duidelijk. En welke zeggenschap provincies hierin hebben evenmin.   Protectionisme als belangrijkste argument om een overname tegen te houden, de vraag is hoe zuiver dat is. Saillant detail is dat AkzoNobel zelf het oer-Britse bedrijf Imperial Chemical Industries (ICI) kocht en Unilever ook groot is geworden door overnames. Eten of gegeten worden, dat blijft toch het model.   Om de belagers van zich af te schudden neemt AkzoNobel – zoals Unilever ook deed - nu opeens de vlucht naar voren om aandeelhouderswaarde te creëren. Een nieuwe strategie wordt aangekondigd, waarbij onderdelen in de verkoop zullen worden gezet. Unilever wil afscheid nemen van  een aantal voedingsmerken (waaronder Zeeuws Meisje) en AkzoNobel kijkt naar een mogelijke verkoop van de Specialty Chemicals-tak, zodat er middelen beschikbaar komen om zelf op overnamepad te gaan en de conglomeraat-discount teniet wordt gedaan.   In het geval van AkzoNobel, dat woensdag een tweede overnamebod van PPG resoluut van de hand wees, wordt het nog een hele uitdaging om aandeelhouders ervan te overtuigen dat het varen van die eigen koers nu opeens de meeste aandeelhouderswaarde op gaat leveren. En de vraag is of het argument van banenbehoud stand houdt als het bedrijf zelf van plan is activiteiten af te stoten en het overnamepad te betreden.   De aandeelhouders van AkzoNobel dringen er in toenemende mate op aan om op z’n minst toch eens met PPG om tafel te gaan zitten. Zij  hebben geen boodschap aan idealistische, protectionistische en politieke argumenten. Zij willen gewoon waar voor hun geld.      
26-10-2016
Opmerkelijk nieuws deze week: het bedrijfsleven vraagt om meer wet- en regelgeving van de overheid. Veertig bedrijven dringen aan op een klimaatwet om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs wettelijk vast te leggen en Nederland sneller te laten overgaan op duurzame energie. Maar zonder echt commitment zal ook dit mooie initiatief in schoonheid sterven.   De veertig bedrijven, waaronder Shell, Engie (het voormalige GDF Suez), Siemens, Van Oord en Eneco, willen naast wetgeving een minister voor Economie, klimaat en energie, plus een nationale investeringsbank die de ontwikkeling van grote energieprojecten op land en op zee mogelijk maakt.   Zo’n klimaatwet is bepaald geen noviteit. In het Verenigd Koninkrijk werd al in 2008 de zogenoemde Climate Change Act aangenomen, onder toenmalig minister Ed Miliband (Energiezaken en Klimaatsverandering).   Die wet heeft Engeland een stuk dichter bij zijn klimaatdoelen gebracht. Mexico kreeg in 2012 zijn eigen klimaatwet, en ook Frankrijk, Denemarken en Finland hebben inmiddels zo’n wet aangenomen.   Als het om duurzaamheid gaat is Nederland dus bepaald niet het braafste jongetje van de klas. Al jarenlang bungelen we onderaan de internationale duurzaamheidslijstjes. Dat is ook niet zo vreemd. Nederland is een gasland en steunt in sterke mate op de fossiele industrie. Een draai naar duurzaam vergt een grote economische en culturele omslag.   Initiatieven om naar een duurzamere energiemix toe te werken zijn er genoeg geweest. In 2013 werd een nationaal energie-akkoord gesloten met doelstellingen tot 2023. Overheid, werkgevers, vakbewegingen en natuur- en milieu-organisaties, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen hebben zich aan dat akkoord gecommitteerd.     Ook werd destijds een Nederlandse investeringsinstelling (NLII) in het leven geroepen, met pensioenfondsen, pensioenuitvoerders en verzekeraars als aandeelhouders. Het doel van deze instelling was om de afspraken in het energie-akkoord financieel haalbaar te maken.     Ondanks alle initiatieven is Nederland echter nog altijd ver verwijderd van het halen van de  doelen voor 2023. Dat komt deels omdat er vaak niet genoeg draagvlak is om plannen te realiseren, maar ook omdat de businessmodellen van duurzame energieprojecten maar moeilijk rond te krijgen zijn.    Wat deze oproep van het bedrijfsleven laat zien is dat het nu tot alle lagen van de samenleving is doorgedrongen dat het ernst is met het klimaat. En dat Nederland een duidelijkere koers moet varen. Door overheidsbeleid voor de lange termijn te formuleren en financiële ondersteuning te bieden, moet de omslag alsnog plaatsvinden. We hebben een nieuw Deltaplan nodig, zo is de stelling.   De oproep van de veertig bedrijven – en er komen er steeds meer bij zeggen ze zelf – moet er echter niet een voor de bühne zijn. Als de klimaatwet er komt, met een klimaatminister en een klimaatinvesteringsbank, vraagt dat ook commitment van de bedrijven zelf. Het bedrijfsleven zal meer ondernemerschap moeten tonen en niet te veel af moeten laten hangen van de kaders en subsidieregelingen van de overheid.   Bijvoorbeeld door kritisch naar hun eigen strategie te kijken. En nieuwe ideeën en business modellen te ontwikkelen om de CO2-uitstoot terug te dringen. Lange termijn investeringen in duurzame energie vragen lange termijn commitment van afnemers. Alleen zo kan de Klimaatwet er voor zorgen dat Nederland nu eindelijk eens stevige stappen zet om de achterstand in te lopen op de rest van Europa. 
18-5-2016
Hudson's Bay Company is expanding its European presence with plans for up to 20 new department stores in the Netherlands over the next 24 months.   The Canadian company has finalized and is in the process of finalizing long term leases for select, sought after locations. The first stores are expected to launch in the summer of 2017 and operate under the Hudson’s Bay banner as well as the Saks OFF 5TH banner.   The expansion into the Netherlands will build on HBC Europe’s existing infrastructure and will utilize the same platforms such as information technology, procurement and digital support. Build out of the stores will be funded primarily by the relevant landlords and HBC will invest in the operational aspects of the stores including merchandising and employees.   Richard Baker, Governor and Chairman of HBC stated, “We are very pleased to introduce our Canadian Hudson’s Bay banner, one of the world’s most exciting department stores, to the Netherlands.   Canada and The Netherlands have a long, storied history built on collaboration and cultural respect. This is an extremely compelling opportunity to invest in the Dutch market, leverage the iconic Hudson’s Bay brand and introduce what will be the only nationwide all-channel premium department store.”  
18-5-2016
Het Canadese warenhuisbedrijf Hudson's Bay Company gaat de Europese activiteiten uitbreiden en heeft de ambitie om tot twintig warenhuizen in Nederland te openen in de komende 24 maanden.   HBC heeft lange termijn huurovereenkomsten gesloten - of zal deze binnenkort afsluiten – voor vestigingen op een aantal zeer gewilde winkellocaties. De eerste winkels zullen naar verwachting in de zomer 2017 worden geopend onder de formules Hudson’s Bay en Saks OFF 5TH.   De expansie in Nederland bouwt voort op de bestaande infrastructuur van HBC in Europa op het gebied van informatietechnologie, inkoop en digitale ondersteuning. De renovatie van de winkelpanden zal vooral worden gefinancierd door de verhuurders van de panden. HBC zal met name investeren in de operationele kant van de vestigingen, waaronder voorraden en medewerkers.   De expansie zal naar verwachting meer dan 2.500 banen opleveren in de retailsector en nog eens 2.500 banen in de bouwsector. Daarnaast wordt 300 miljoen euro geïnvesteerd in de winkelpanden, voornamelijk door de verhuurders.   Richard Baker, Governor en Chairman van HBC zegt in een toelichting op de plannen: “We zijn bijzonder verheugd de Hudson’s Bay formule, die tot beste warenhuizen in de wereld behoort, in Nederland te introduceren. In Nederland deed zich de gelegenheid voor hoogwaardige winkelruimtes vast te leggen op zeer gewilde en aantrekkelijke locaties.”   “Canada en Nederland hebben een historische band, gebaseerd op langdurige samenwerking en wederzijds respect. Het is voor ons dan ook een unieke gelegenheid om met het Hudson’s Bay merk de enige hoogwaardige warenhuisketen met een landelijke dekking op de Nederlandse markt te realiseren.”
22-12-2015
As from 21 December retail investors have the opportunity to invest in promising oncology companies by subscribing to the Aglaia Oncology II Feeder Fund at Van Lanschot Bankiers. With this fund Van Lanschot and biotech investor Aglaia are responding to the rising demand for impact investing where financial returns go hand in hand with social returns.   The shareholdings in the Aglaia Oncology II Feeder Fund will be listed on the investment platform of Van Lanschot. Individuals can participate with a minimum amount of € 100,000. Much lower than a direct investment in the underlying Aglaia Oncology Fund II, subject to a limit of € 1 million.   Aglaia meets the wish of an increasing number of wealthy individuals to invest in promising biotech companies. The Feeder Fund is a shareholder in Aglaia Oncology Fund II. This fund plans to invest in eight to twelve young biotech companies in the coming years. Every six months the shares can be traded through the secure private market.     In Aglaia's first fund only Dutch families participated. In the second fund, which has already been granted € 50 million in commitments, there’s also a considerable participation from this category, in addition to the participation of a number of renowned institutional parties.   Aglaia Oncology Fund II aims to prevent that promising inventions cannot be developed further due to a lack of knowledge and risk capital, in which case they will never reach the patients. With Aglaia's first fund now four revolutionary experimental drugs reached the clinic.
21-12-2015
Particuliere investeerders kunnen vanaf 21 december investeren in kansrijke oncologie-bedrijven door in te schrijven op het Aglaia Oncology II Feeder Fund bij Van Lanschot Bankiers. Met het fonds spelen Van Lanschot en biotech investeerder Aglaia in op de toenemende interesse in impact investing. Daarbij gaat financieel rendement hand in hand met maatschappelijk rendement.   De participaties in het Aglaia Oncology II Feeder Fund worden vervolgens ‘genoteerd’ op het investeringsplatform van Van Lanschot. Particulieren kunnen deelnemen met een bedrag van minimaal € 100.000. Veel lager dan een directe investering in het onderliggende Aglaia Oncology Fund II, waarvoor een ondergrens geldt van  € 1 miljoen.   Daarmee komt Aglaia tegemoet aan de wens van steeds meer vermogende particulieren om in kansrijke biotech-ondernemingen te investeren. Het Feeder Fund wordt aandeelhouder in Aglaia Oncology Fund II. Vanuit dit fonds vinden de komende jaren investeringen plaats in acht tot twaalf jonge biotech-ondernemingen. Ieder half jaar zijn de belangen via de besloten onderhandse markt verhandelbaar.   In Aglaia’s eerste fonds participeerden alleen Nederlandse families. Ook in het tweede fonds, waarvoor reeds € 50 miljoen aan commitments is afgegeven, is sprake van aanzienlijke participatie door deze categorie, naast de deelname van een aantal gerenommeerde institutionele partijen.   Aglaia helpt met het Oncology Fund II voorkomen dat veelbelovende vindingen bij gebrek aan kennis en risicokapitaal niet verder worden ontwikkeld en de patiënt niet bereiken. Dankzij Aglaia’s eerste fonds hebben inmiddels vier revolutionaire experimentele medicijnen de kliniek bereikt.
Subscribe to Maaike Noordhuis