Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

De (on)macht van taal

Michael H. McGarry, voorzitter en CEO van PPG, heeft een open brief gestuurd naar alle stakeholders van AkzoNobel waarin hij er nog eens op aandringt dat beide bedrijven met elkaar om de tafel  gaan zitten. De brief is een schoolvoorbeeld van hoe taal cultuurverschillen kan blootleggen. Eigenlijk bevat de in het Nederlands vertaalde brief maar één boodschap: Wij zijn de beste. It’s true.

 

In zijn kantoor in One PPG Place in Pittsburgh is McGarry er eens goed voor gaan zitten. Dat heeft geleid tot een brief met een opeenstapeling van volzinnen die in het oorspronkelijke Amerikaans Engels waarschijnlijk overtuigend en authentiek overkomen. Dat past nu eenmaal in de cultuur van een land waar je hard en duidelijk moet spreken om gehoor te krijgen. Vertaald in het Nederlands zijn het echter lege volzinnen die eerder onmacht uitstralen dan dat ze de lezer met krachtige argumenten overtuigen.   

 

De brief ademt de sfeer van een CEO die opgaat in zijn eigen verhaal en geen empathie toont voor de argumenten van AkzoNobel of voor de gevoelens zoals die in Nederland leven. Nu was van meet af aan wel duidelijk dat empathie niet het sterkste punt van de CEO van PPG is. Bij zijn bezoek aan Nederland om te praten met de Nederlandse pers eind maart zei McGarry twee dingen die veelzeggend waren.

 

Ten eerste zei hij verbijsterd te zijn dat “AkzoNobel een bod binnen één dag kan afwijzen dat zo nauwgezet is opgesteld en zo dwingend is”. Daarnaast antwoordde hij op de vraag of hij bezig was met een charmeoffensief: “Niet zo zeer een charmeoffensief als wel een feitenoffensief. We willen dat iedereen alle feiten heeft en mensen begrijpen waar PPG voor staat.”

 

De brief van 18 april past precies in die toonzetting met een zin als: ‘’Bij PPG hebben we een lange, vaststaande geschiedenis van het consistent uitvoeren van strategische maatregelen om ons bedrijf te laten groeien en waarde te creëren – met andere woorden: het versterken van ons bedrijf ten gunste van alle belanghebbenden.’’

 

En ook een van de laatste zinnen gaat vooral over PPG zelf: “Bij PPG evalueren we alle opties voordat we strategische beslissingen nemen, en dat beschouwen we als een goede bestuursnorm. Ik zou zeggen dat het nu tijd wordt voor het Bestuur en de Raad van Commissarissen van AkzoNobel om met PPG te gaan praten en eindelijk eens een volledige evaluatie en overweging te maken van de aantrekkelijke kans voor het combineren van PPG en AkzoNobel in het belang van alle belanghebbenden.”

 

Het gekke is dat veel beleggers best iets zien in de combinatie van PPG en AkzoNobel, en ook van mening zijn dat het bestuur van AkzoNobel met PPG om de tafel zou moeten gaan zitten. De brief van McGarry zou wel eens een averechts effect kunnen hebben. Want wie nu al zo weinig gevoel toont voor de cultuur van het overnemende bedrijf, zal er na de overname waarschijnlijk ook weinig subtiel mee omgaan.

 

McGarry zou er verstandig aan doen eens te kijken hoe het Lakshmi Mittal, CEO van Mittal, in 2006 lukte de enorme weerstand bij vakbonden, politici, burgers en beleggers tegen de ongevraagde overname van Arcelor weg te nemen. Hij zou ook eens contact kunnen opnemen met Ron Sargent, de voormalige CEO van Staples, die de belanghebbenden van Corporate Express wist te overtuigen van de kracht van zijn argumenten in de overnamestrijd met Lyreco.

 

Mittal en Sargent zijn krachtige persoonlijkheden die begrepen dat charme geen teken van zwakte is maar van intelligentie in een proces waarin weerstanden moeten worden overwonnen. Taal spreekt daarin een niet te onderschatten rol.   

Delen

Reageer (0 Reacties)