Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

Paniekvoetbal

Nederlandse beursgenoteerde bedrijven moeten zich beter wapenen tegen ‘vijandige’ buitenlandse overnames, stelde minister van Financien Jeroen Dijsselbloem in het staartje van de verkiezingscampagne. Want buitenlandse overnames - ofwel ‘de uitverkoop van Nederland’ - vormen een bedreiging voor het Nederlandse bedrijfsleven en de economie, is de gedachte.

 

Maar buitenlandse overnamepogingen buiten de deur houden is in deze tijd best lastig. Met de huidige euro/dollarverhouding, lage rente en goedgevulde bedrijfskassen, zijn Nederlandse bedrijven met name voor Amerikaanse bedrijven een aantrekkelijke prooi. Het Amerikaanse PPG, dat AkzoNobel in het vizier heeft, en Kraft Heinz, dat op Unilever aasde, hebben er in ieder geval wel trek in.

 

Zodra Nederlandse – beursgenoteerde – bedrijven worden benaderd met een bod, gaan de hakken in het zand. Dat hoort ook een beetje bij het overnamespel.  Eerst wordt een bod geweigerd, ‘wegens significante, substantiële of aanzienlijke onderwaardering’, en vervolgens wordt het onderhandelingsproces onder enig gemor toch gestart.  

 

Zo ging het althans. Want sinds de pogingen van de Mexicaanse miljardair Carlos Slim om KPN te kopen is alles anders. Opeens zijn assets van Nederlandse bedrijven van vitaal belang voor Nederland en de Nederlandse economie, zijn bedrijven nationaal erfgoed en bemoeit de politiek zich nadrukkelijk met het spel. PostNL is daarvan een mooi voorbeeld.

 

Bedrijven halen alle wapens uit de kast om een overname te voorkomen. Nieuw in het arsenaal zijn de argumenten van duurzaamheid en innovatie waar zowel Unilever als AkzoNobel zich op laten voorstaan. Een overname zou de duurzame koers die de bedrijven varen, en de inspanningen op het gebied van innovatie, wegvagen.

 

En eveneens verrassend is – in het geval van AkzoNobel – een gezamenlijk statement van verschillende provincies (Gelderland, Overijssel, Groningen en Zuid-Holland) waarin ze hun bezorgdheid uiten over de overnamepoging door de Amerikaanse concurrent. Waarom, dat wordt niet echt duidelijk. En welke zeggenschap provincies hierin hebben evenmin.

 

Protectionisme als belangrijkste argument om een overname tegen te houden, de vraag is hoe zuiver dat is. Saillant detail is dat AkzoNobel zelf het oer-Britse bedrijf Imperial Chemical Industries (ICI) kocht en Unilever ook groot is geworden door overnames. Eten of gegeten worden, dat blijft toch het model.

 

Om de belagers van zich af te schudden neemt AkzoNobel – zoals Unilever ook deed - nu opeens de vlucht naar voren om aandeelhouderswaarde te creëren. Een nieuwe strategie wordt aangekondigd, waarbij onderdelen in de verkoop zullen worden gezet. Unilever wil afscheid nemen van  een aantal voedingsmerken (waaronder Zeeuws Meisje) en AkzoNobel kijkt naar een mogelijke verkoop van de Specialty Chemicals-tak, zodat er middelen beschikbaar komen om zelf op overnamepad te gaan en de conglomeraat-discount teniet wordt gedaan.

 

In het geval van AkzoNobel, dat woensdag een tweede overnamebod van PPG resoluut van de hand wees, wordt het nog een hele uitdaging om aandeelhouders ervan te overtuigen dat het varen van die eigen koers nu opeens de meeste aandeelhouderswaarde op gaat leveren. En de vraag is of het argument van banenbehoud stand houdt als het bedrijf zelf van plan is activiteiten af te stoten en het overnamepad te betreden.

 

De aandeelhouders van AkzoNobel dringen er in toenemende mate op aan om op z’n minst toch eens met PPG om tafel te gaan zitten. Zij  hebben geen boodschap aan idealistische, protectionistische en politieke argumenten. Zij willen gewoon waar voor hun geld.

 

 

 

Delen

Reageer (0 Reacties)